Crashinfo_DZ316_NL

Crash-informatie DZ316 Slootdorp

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn meer dan 40 verschillende bommenwerpers en jachtvliegtuigen neergestort binnen het grondgebied van gemeente Hollands Kroon. Ook in het IJsselmeer en de Waddenzee zijn vliegtuigen neergekomen. Enkele bemanningsleden bereikten met hun parachute de grond en werden óf opgepakt óf konden vluchten met hulp van het Verzet. De meesten van hen kwamen echter om het leven en keerden niet terug naar familie en geliefden.

Informatie over de onthulling van de herdenkingspaal voor deze crash

Datum : 21 mei 2022


Er zullen op deze dag twee herdenkingspalen worden onthuld aan de Schelpenbolweg. 


Agenda: 


14:00 : Ontvangst in de Cultuurschuur te Wieringerwerf

14:30 : Toespraken en informatie

14:45 : Vertrek met eigen vervoer of per originele WOII legertruck naar de Schelpenbolweg


15:00: Aankomst en onthullingsceremonie herdenkingspaal Mosquito DZ316

Locatie: Kruispunt Schelpenbolweg - Den Oeverseweg


15:15 : Aankomst en onthullingsceremonie herdenkingspaal Fokker C.V-E 645

Locatie: Schelpenbolweg nabij huisnummer 46


15:30 : Vertrek met de legertrucks terug naar de Cultuurschuur

16:00: Aankomst Cultuurschuur en afsluiting


Locatie van de herdenkingspaal

Vliegtuigcrash Havilland Mosquito Mk.IV DZ316 / 1409 (Meteorological) Flight RAF

Schelpenbolweg Slootdorp

Informatie over de crash

Op 9 mei 1943 vertrok de Mosquito met piloot Hall en navigator Woodruff van het vliegveld Oakington in Engeland. Het toestel was om 18.45 uur opgestegen voor een meteoroligische verkenningsmissie (PAMPA) boven onder andere Nederland.

 

De Mosquito werd op ongeveer 8.300 meter hoogte onderschept door Hauptmann Robert Olejnik van het 4./JG 1 in zijn Focke-Wulf FW190 jager. De beide Engelse bemanningsleden sprongen met hun parachute uit het vliegtuig. De Mosquito brak in de lucht in stukken, waardoor de wrakstukken verspreid op de grond terecht kwamen aan Schelpenbolweg, Klieverweg en Wierweg.

 

Zodra de navigator Woodruff was geland werd hij door de bezetter gevangengenomen. De piloot Hall kon zich met behulp van het verzet nog enkele dagen op verschillende locaties verschuilen. Maar door de dreiging van vergaande zware represailles van de bezetter heeft Hall zich aangegeven in Middenmeer op 14 mei. Klik hier voor het uitgebreide verhaal

De bemanning

Peter Frank Hall

Flying Officer

Piloot

27 jaar

UK

William Charles Woodruff

Pilot Officer

Navigator

21 jaar

UK

Foto's van de onthulling

Foto's volgen na de onthulling van deze herdenkingspaal

Verslagen en persberichten

Verslagen en persberichten volgen na de onthulling van deze herdenkingspaal

Het hele verhaal

Peter F.Hall

Crash verhaal van de Mosquito DZ316 en de ondergedoken piloot

 

 

Het is zondagavond 9 mei 1943, Nederland was drie jaar bezet. Om 20:13 uur vliegt er een grote groep vliegtuigen over die op een missie waren boven Nederland. In de buurt vloog op datzelfde moment de Engelse tweemotorige Mosquito. Peter F. Hall (piloot) en zijn navigator William C. Woodruff waren samen op een weersverkenningsmissie.

De Geallieerden maakten dagelijks meerdere weersverkenningen om een goede weersvoorspelling te doen voor de komende land-, zee- en luchtoperaties. Het vliegtuig, de Mosquito, was speciaal uitgerust met camera's voor dit soort missies, genaamd Photorecce and Meteorological Photography Aircraft (PAMPA). Hall en Woodruff waren die avond om 18:45 uur opstegen van het vliegveld Oakington, Engeland.

 

Een viertal Duitse jagers van het type Focke Wulf FW 190 A-5 kregen de snelle Engelse Mosquito in het vizier. De Focke Wulfs waren opgestegen van vliegveld Woensdrecht en behoorden bij het Jagdgeschwader 4./JG1 (Duitse benaming voor een squadron). Normaal gesproken was een Mosquito een zeer lastig te onderscheppen vliegtuig, mede door zijn snelheid en vlieghoogte. De Duitse piloot Hauptmann Robert Olejnik schoot de Mosquito aan, waarna het vliegtuig in de lucht in brandende stukken uiteenviel. De bemanning van de Mosquito kon zich net op tijd met de parachute redden. Omdat het tijdstip ca. 20.13 uur was in mei kon de bezetter vanaf de grond duidelijk de beide parachutes naar beneden zien komen.

 

De Duitse piloot Hauptmann Robert Olejnik werd geboren op 9 maart 1911 in Essen-Borbeck. Hij vloog in de oorlog 680 missies en schoot 42 vliegtuigen neer. Hij overleefde de oorlog en overleed op 29 oktober 1988 in München.

 

De vliegtuig wrakstukken kwamen verspreid neer op de grond bij verschillende boerderijen ten noorden van Slootdorp. Onder andere een stuk van de romp kwam neer bij J. van de Oord (kavel F50) en J. Schrale (kavel E25) aan de Wierweg. Het grootste deel van de Mosquito kwam brandend neer aan de Schelpenbolweg bij F. Aukema (kavel E37). 

De P/O observer William C. Woodruff kwam met zijn parachute neer in de Wieringermeerpolder zuidelijk van de Haukes, op kavel E38 (pachter L. Vreugdenhil) en werd daar vrijwel direct opgepakt door Nederlandse marechaussee Dhr. T van de Hoek. Samen met het hoofd van de Luchtbeschermingsdienst (LBD), Dhr. C.W. van Zijll-Langhout, droeg hij Woodruff over aan de inmiddels gearriveerde Duitse soldaten.

Woodruff verbleef de rest van de oorlog in een krijgsgevangenkamp. Op 25 juli 2003 is Woodruff overleden. De eventuele andere locatie waar Woodruff neerkwam is bij K.E. Vlieg (kavel E52/53) vermeld Dhr. John de Vries uit Pella USA. John is op 21 mei 1934 geboren als Jan de Vries en emigreerde 1949. In juni 2015 schreef hij een brief met zijn ooggetuigenverslag.

 

De piloot van de Mosquito, F/O Peter F. Hall kwam op een andere locatie aan de grond met zijn parachute. In het rapport van de LBD van 12 mei vermeldt van Zijll-Langhout het volgende over die avond van 9 mei. De piloot Hall landde op de boerderij L.Y. Kuipers aan de Schelpenbolweg (kavel E42). Meteen na aankomst van LBD bleek de Engelsman te zijn verdwenen. Tijdens het verhoor van Kuipers door Van Zijll-Langhout deelde hij mede dat de Engelsman over het land van J. de Vries (kavel E41) had zien lopen in de richting van de Schelpenbolweg. Daarna werd door de LBD een bezoek gebracht aan Dhr. Jelle de Vries aan de Schelpenbolweg.  Deze vertelt dat zij (Jelle De Vries, J. v.d. Meulen en J.E. Rinsma) op de kavel van De Vries de Engelman waren tegen gekomen. De Engelsman had hen, met gebaren duidelijk gemaakt, dat hij verstopt wilde worden. Dit is hem geweigerd meldde de Vries aan van Zijll-Langhout. Hierna liep de Engelsman door naar de Schelpenbolweg. De Vries en zijn knechten hebben hierna niet meer op hem gelet, aangezien zij in de “meening verkeerden” dat hij de leden van de “Duitsche weermacht”, die reeds gearriveerd waren, “in de armen liep”. De Vries en de knechten zijn de parachute van de Engelsman “eens in oogenschouw gaan nemen”.

 

In een brief uit 2015 van Reinder Jacobi uit Canada wordt het ooggetuigenverslag van de familie Jacobi beschreven. Dhr. Melle Jacobi was pachter op kavel E14 aan de Wierweg te Slootdorp. In januari 1935 kwam Melle Jacobi met zijn vrouw en 2 kinderen naar de Wieringermeer. In augustus 1935 kwam de jongste broer Gooitsen Jacobi meewerken op de boerderij van Melle. Na de oorlog, in 1955 is de familie Jacobi geëmigreerd naar Brazilië. In het ooggetuigenverslag van Melle Jacobi, wordt beschreven dat Melle Jacobi eropaf ging (de locatie van de parachutist) op de fiets. Toen hij op het erf van Jelle de Vries op de Schelpenbolweg aankwam stond het al vol met Duitse soldaten (Zoll Grenz Schutz te Den Oever). Jacobi vroeg op een ongemerkt ogenblik aan de Vries waar de piloot verborgen zat. De Vries knikte naar een klein hoekje bloeiend knollenzaad in de moestuin. De Duitsers liepen met het geweer in de aanslag om het stukje knollenzaad heen, zonder dat er iemand op het idee kwam om het veldje nauwkeuriger te onderzoeken.

Dhr. John de Vries (de zoon van Jelle de Vries) emigreerde in 1949 en woont in Pella USA , zijn verslag wijkt af van dat van Melle Jacobi. De piloot werd geholpen zijn parachute af te doen en hij werd meegenomen naar de boerderij van De Vries om zich te verbergen. Helaas was hiervoor te kort tijd, omdat de Duitsers reeds arriveerden op de boerderij aan de Schelpenbolweg. Piloot Hall werd midden op een kuilbult van ongeveer een meter hoogte en drie meter in doorsnede verstopt en toegedekt door Jan Bruinsma. Het verhaal van John de Vries is anders van Melle Jacobi, maar in de kern gelijk.

 

In ieder geval frustreerde het de Duitse bezetter, die meteen de boerderij van De Vries en van de buren gingen doorzoeken. De Vries en Bruinsma werden verhoord door een tolk maar door over te gaan op Fries kwam de tolk niet veel verder. De Vries werd nogal zenuwachtig omdat hij op de boerderij illegaal tarwe en zelfs een radio had verstopt, maar beide werden niet gevonden. De Duitse soldaten staken in de kuilbult waar Hall lag verstopt, terwijl De Vries ernaast stond, maar vonden niks. Zenuwslopend. Tot middernacht zochten de soldaten verder zonder iets te vinden vertelt John de Vries.

 

John de Vries vermeldt in zijn verhaal dat Hall gedurende de nacht de kuilbult had verlaten, was teruggelopen naar de L.Y. Kuipers boerderij en zich daar had verstopt in het kippenhok. Maandagochtend 10 mei om 6.30 uur ging mevrouw Kuipers de kippen voeren en eieren zoeken en schrok toen ze het kippenhok opende. Daar zat Hall tussen de kippen en slurpte net een rauw ei naar binnen. Ze legde meteen haar vinger op de lippen om te gebaren dat Hall zich moest stilhouden. De Vries werd erbij gehaald en Hall werd teruggebracht naar de boerderij waar hij een echt ontbijt kreeg, andere kleren en werd verstopt voor de rest van de dag.

 

Jelle de Vries en Melle Jacobi hadden afgesproken, dat als het wat rustiger was, Jacobi de piloot zou ophalen. Nadat ze de piloot Peter Hall als een boer hadden verkleed, gingen ze samen op weg naar de boerderij van Jacobi aan de Wierweg. Via het land van De Vries, door het kanaal (de Wiertocht) kwamen ze achter op het land van J. Schrale (kavel E25) en liepen door naar de boerderij van Jacobi. Daar vandaan naar de bosjes bij de tochtsloot (de Hooge Terptocht, die nu deels is gedempt als vuilstort). Daar was een ondergrondse schuilhut gebouwd. In de schuilhut werd Hall ondergebracht bij twee Joodse onderduikers (namen onbekend), die daar ook een schuilplaats hadden.

 

De bezetter voelde zich bij de neus genomen. En toen de bezetter ook de volgende dag(en) de piloot niet hadden gevonden, namen zij J. de Vries, Bruinsma en de broer van De Vries gevangen. Zichtbaar vanuit de boerderij van De Vries, werden de drie mannen op 15 meter van elkaar opgesteld, elk bewaakt door 3 of 4 Duitse soldaten met helmen op. Een Duitse officier bedreigde de drie met de dood als de piloot niet direct kwam opdagen.

John de Vries (9 jaar) en zijn broer Jerry (7 jaar) kwamen uit school en zagen de drie mannen staan en herkende hun vader. Beide riepen “hoi pappa” maar hun vader reageerde niet. John herinnerde dat zijn vader “white as snow” zag.

Ongeveer een uur na thuiskomst van John kwam er een tolk met een Duitser binnen bij mevrouw De Vries. Er werd medegedeeld dat de drie mannen zouden worden opgehangen en dat vader De Vries had gevraagd om Dominee L. de Goede uit Slootdorp.

 

Ondertussen ging het gerucht dat de Duitsers een razzia zouden houden en alle bosstroken langs de tochten en kanalen gingen doorzoeken. In 1943 stonden er nauwelijks bomen in de polder die pas 13 jaar daarvoor was drooggelegd. Het dreigende gevaar van een razzia maakte de bewoners erg bezorgd. Ook de veiligheid van de Joodse onderduikers was in gevaar. De druk werd verder opgevoerd door de bezetter. De uit Slootdorp gekomen dominee, L. de Goede werd als tolk gevraagd om de situatie uit te leggen aan de Engelsman. Omdat hier de verslagen van De Vries en Jacobi van elkaar afwijken is het mogelijk dat de dominee onderweg naar de boerderij van De Vries, eerst bij de schuilplaats was langsgegaan.

 

De piloot Peter Hall vond dat hij zich, in dit geval, beter kon overgeven aan de Duitse bezetter. Tegen de avond is Gooitsen Jacobi, de broer van Melle, met de piloot en de twee joden vertrokken richting Slootdorp. Er zijn twee verschillende verhaallijnen. Verhaal 1 van Melle Jacobi: Die nacht hebben zij zich verscholen in de openlucht op een stuk tarweland (locatie onbekend) en de volgende dag heeft de piloot zich overgegeven in Middenmeer. Verhaal 2, van ouderen in Slootdorp. Zij vertellen het verhaal dat de Engelse piloot zich enkele dagen heeft schuilgehouden in de Gereformeerde kerk in Slootdorp. Achter het kerkorgel zat een kleine schuilplaats en het verhaal vertelt dat Hall zich daar verstopt heeft gehouden. Indien dit het geval is, is er veel risico genomen omdat de kerktoren tijdens de oorlog een Duitse uitkijkpost was. Elke nacht stonden er soldaten op de kerktoren op de uitkijk naar overkomende vliegtuigen.

 

In het aanvullende rapport van de LBD van Van Zijll-Langhout van 14 mei wordt het vervolg in ieder geval nauwkeurig beschreven. Van Zijll-Langhout werd die ochtend gebeld door de burgermeester A. Saal dat de voortvluchtige Engelse vlieger zich bij de Wachtmeester der marechaussee J.H. Noot bevond.

De piloot Peter Hall was 's morgens om 7.30 uur hotel Smit in Middenmeer binnengelopen. De eigenaar van het Hotel, Dhr. R.D. Smit had onmiddellijk de politie daarvan in kennis gesteld. Dhr. Noot is na de melding meteen naar hotel Smit gegaan. Daar meldt het rapport dat hij “den vliegenier, nadat hij ontbeten had, meegenomen naar den politiepost te Middenmeer”. Hierna is Hall “overgegeven” door Van Zijll-Langhout aan de Feldgendarmerie (Duitse militaire politie) te Alkmaar.

 

Hierna staakten de Duitsers hun zoekacties, lieten de drie gijzelaars vrij en konden de Joodse onderduikers weer naar hun schuilplaats aan de Hooge Terptocht terugkeren. Toch werd na dit alles die plek niet meer zo veilig gevonden door Melle Jacobi. Een andere onderduikster, mevrouw Annie Geuzenbroek, die in een klein kamertje op de boerderij verstopt was, kwam een zenuwcrisis nabij. Besloten werd het drietal onderduikers naar de vader van Melle Jacobi in Nijega (Friesland) te brengen. De verzetsheld uit de polder, Dhr. A.C. de Graaf, had een broer die de beschikking had over een dienstauto, waarmee men veilig de reis kon ondernemen. In Friesland hebben Annie en de twee Joodse onderduikers het einde van de oorlog kunnen afwachten.

 

Vanuit Alkmaar werd Peter Hall door de Duitsers afgevoerd naar een krijgsgevangenkamp. Hall heeft de rest van de oorlog in een krijgsgevangenkamp gezeten. Ongeveer een jaar na het einde van de oorlog ontving de familie De Vries een brief uit Engeland, dat Hall veilig was teruggekeerd en in Glasgow woonde.

 

Het indrukwekkende verhaal van de families van Dhr. Melle Jacobi en John de Vries en vele anderen over de risico’s die werden genomen, de mogelijke represailles van de bezetter, Joodse onderduikers, A.C. de Graaf en de Engelse piloten is misschien niet compleet. Mocht iemand zich nog details herinneren of beschikbaar hebben dan zouden wij van Stichting Herdenkingspalen Hollands Kroon dit graag bewaren voor de toekomstige generaties. U kunt hierover mailen naar onze voorzitter Mark Hakvoort: mark@shhk.nl